De Koreaanse regisseur Kim Ki-Duk weet hoe hij met verwrongen geesten, wrede situaties en onderhuidse, explosieve spanningen moet omgaan en grensverleggende provocaties kan verbeelden. Opgekropte emoties, frustraties en intimidatie en de zwijgzame hoofdpersoon kwamen eerder tot wasdom in films als Bin Jip en Pieta. Boeddhabeelden en een bloedende genitale streek kwamen in The Bow langs en in het prijswinnende Pieta (Gouden Leeuw Venetie, 2012) kwamen daar nog kannibalisme en incest bij. In Spring, Summer, Fall …. werkte hij met de elementen Boeddha en het bebloede mes (waarmee de overspelige echtgenote vermoord was). In deze film vonden ook de verboden seks, marteling met stenen en de moebius-vormige terugkeer op het beginpunt hun plek.
Al deze facetten komen nu bijeen in deze groteske, wrede, zwart-humoristische finale: het dialoog-loze Moebius. Het verhaal lijkt een onwaarschijnlijke en afstotende opeenvolging van gebeurtenissen, maar als je kijkt naar de manier waarop Kim het heeft verbeeld en je laat meeslepen in deze onweerstaanbare, wervelende kolk van emoties, confrontaties en slapstick, blijven vooral de bewondering en verbazing over.

Deze cinematografische provocatie leidde in Korea in eerste instantie tot een totaalverbod op de vertoning van de film en dwong Kim tot een nieuwe montage.

De film opent met een vechtende man en vrouw, terwijl de zoon onthutst toe moet kijken. De vader heeft een buitenechtelijke relatie (met dezelfde vrouw als zijn eigen vrouw) en zij wil hem daarvoor straffen. Ze pakt een mes van onder het Boeddha-beeld en tracht hem te castreren. Na deze mislukte poging wendt ze zich tot de zoon. Alsof ze wil voorkomen dat hij net zo’n man wordt als zijn vader snijdt ze zijn penis af en verorbert deze.

De moeder verlaat het huis en vader zoekt op het internet naar mogelijkheden voor zijn zoon om via auto-erotische stimulatie en zelf-mutilatie toch een orgasme te kunnen krijgen. Uit schuldgevoel voor de door hem veroorzaakte ontmanning doneert hij hem in het ziekenhuis zijn eigen penis. De zoon wordt ondertussen ingelijfd bij een bende verkrachters en vindt bij de maîtresse van zijn vader een nieuwe manier van erotisch genot. Samen nemen ze ook wraak op de leider van de verkrachters. Zijn moeder is al die tijd spoorloos geweest, maar merkt bij haar terugkeer dat de aantrekkingskracht van de man vooral in de penis zit. Haar drang naar incest culmineert in een dramatische finale.

Deze extreem-radicale film van de wreedheid is een opeenstapeling van primitieve en mythologische themas. Elementen van de wraakzuchtige Medea, en de fatale gang van Oedipus zijn versmolten met Freudiaanse driften, Jungiaanse archetypen, sado-masochistische genotsbeleving en basisverhoudingen bij groepsdruk en groepsprocessen. Kim Ki-Duk gebruikt de oncomfortabele facetten en themas als onderdeel van het acteren, het is een onderhuidse stroom die het kijken afstotend onweerstaanbaar maakt, die je stevig vasthoudt en maakt dat de humor de afschuw vervangt.

In het tijdsverloop treedt een aparte verschuiving op. Niet alleen duikt het personage van de vrouw in twee verschillende rollen op, de zoon doorloopt ondertussen een moebius-achtige route. Hij bewandelt beide kanten van een lint om op hetzelfde punt uit te komen waar zijn moeder hem ziet knielen voor Boeddha, het punt waar zij juist van huis wegliep achter deze zelfde jongen aan.

Ondanks de opeenvolging van vreemde ideeën en plotveranderingen blijven de acteurs hun karakters met overtuiging en een geloofwaardige uitstraling vormgeven. De personages hebben geen namen, en iedere vorm van communicatie is teruggebracht tot grommende en steunende geluiden en veelzeggende blikken. Het indrukwekkend goede, non-verbale spel van de acteurs maakt dat achter al het geweld en in de absurde humor de tragiek en emoties van de karakters doorschijnen.
De Koreaanse Raad voor Media Classificatie gaf de film een ’beperkende classificatie’. De KRMC stelde ernstig bezwaar te hebben tegen de onverhulde verbeelding van de incestueuze handelingen van moeder en zoon.
Dit was de druppel voor de KRMC: Moebius voldeed niet aan de eisen bij twee van de zeven decentie-testen. Er is een grote hoeveelheid seks en naakt en scenes met incestueuze handelingen. Dit toont gedrag dat zeker geen navolging mag krijgen.
„Het verhaal en de inhoud van de film zijn extreem gewelddadig, afschrikwekkend en de film berokkent schade aan minderjarige kijkers. De onethische en asociale expressie van seksuele activiteiten tussen familieleden maakt dat de film alleen geschikt is om in gespecialiseerde theaters vertoond te worden,” stelde de Raad.
Omdat er geen ’gespecialiseerde theaters’ bestaan in Korea houdt deze beoordeling in dat de film nergens in het land vertoond mag worden.
Kim zette daarop het mes in zijn eigen creatie. Hij maakte een re-edit en diende de film nog tweemaal in bij de KRMC, maar beide keren weigerden de censoren de film.
Vervolgens probeerde Kim het bij zijn vakgenoten, hoewel die hem meestal niet erg welgevallig zijn. Hij organiseerde een privé-screening voor critici, regisseurs en kopstukken uit de filmindustrie en stelde hen de vraag of hij moest volharden of moest toegeven. Van de 107 stemmen vonden 93 dat de film een release in Korea zou moeten krijgen. Kim Ki-Duk stuurde daarop een nieuwe edit ter beoordeling van de censoren in en kreeg eindelijk toestemming de film uit te brengen.

Vanaf 8 mei 2014 is MOEBIUS te zien in de filmtheaters.

Vanaf 11 november 2014 op DVD verkrijgbaar!

filmposter Moebius

Korea; 2013; kleur; 88 minuten; Dolby 5.1;
geen dialoog gesproken;

Credits

Regisseur:
Acteurs: Jo Jae-hyeon, Lee Eun-woo, Seo Young-ju
Productie: Kim Ki-Duk
Camera: Kim Ki-Duk
Montage: Kim Ki-Duk
Scenario: Kim Ki-Duk

Over de regisseur:

Kim Ki-Duk (1960, Zuid-Korea) verliet voortijdig de kunstacademie in Parijs en verwierf vervolgens als autodidact een internationale reputatie met vaak omstreden lowbudgetfilms. In 2003 maakte hij Spring, Summer, Fall, Winter… and Spring. Hij won in 2004 prijzen voor beste regisseur in Berlijn (Samaritan Girl) en Venetië (Bin-jip/3-Iron), in 2011 won hij Un Certain Regard in Cannes met de documentaire Arirang en in 2012 de Gouden Leeuw in Venetië met Pieta.

Filmografie:
Ag-o/The Crocodile (1996)
Yasaeng dongmul bohoguyeog/Wild Animals (1997)
Paran daemun/The Birdcage Inn (1998)
Seom/The Isle (2000)
Shilje sanghwang/Real Fiction (2000)
Suchwiin bulmyeong/Address Unknown (2001)
Nabbeun namja/Bad Guy (2001)
Hae anseon/The Coast Guard (2002)
Bom yeoreum gaeul gyeoul geurigo bom/Spring, Summer, Fall, Winter… and Spring (2003)
Samaria/Samaritan Girl (2004)
Bin-jip/3-Iron (2004)
Hwal/The Bow (2005)
Shi gan/Time (2006)
Soom/Breath (2007)
Bi-mong/Dream (2008)
Arirang (2011, doc)
Amen (2011)
Pieta (2012)
Moebius (2013)

MOEBIUS MOEBIUS MOEBIUS MOEBIUS MOEBIUS MOEBIUS MOEBIUS MOEBIUS MOEBIUS MOEBIUS MOEBIUS MOEBIUS MOEBIUS MOEBIUS MOEBIUS MOEBIUS MOEBIUS

De pers over MOEBIUS

“Razend knappe, seksuele horror, grotesk en grappig.”
Trouw ****

“Provocateur Kim Ki-duk betoont zich met de ontsporende seksuele familiefarce Moebius de erfgenaam van de Italiaanse filmsater Marco Ferreri.”
De Filmkrant ****

“Een sterk staaltje unieke cinema met Koreaanse provocerende gekheden, waarvan zelfs doorgewinterde exploitatiefilmfans soms even van moeten bekomen.”
Moviescene.nl ****

“Ondanks zijn extreme scenes een instant klassieker.”
Cinema.nl ****

“Moebius is naast een film vooral een baanbrekende overweging van het bereik van de menselijke psyche. Een onderzoeksobject waar je als kijker zelf mee aan de slag kan.”
Cinemagazine.nl ****

“Mooi is anders, maar als provocatie treft de inhoud doel.”
Het Parool ***

“Zeldzaam radicale cinema, ook omdat Kim Ki-duk zijn acteurs voor het eerst volledig laat zwijgen. Die aanpak onderstreept zijn kracht om verhalen vooral visueel te vertellen.”
De Volkskrant ***

“Bizar familiedrama dat een Freudiaanse nachtmerrie koppelt aan het nakende noodlot van de klassieke tragedie.”
De Telegraaf ***

“Dit is een komedie van gekromde tenen die fascineert omdat hij zo zelfdestructief is.”
NRC ***

But wow, Kim Ki-duk’s Moebius is some movie! If you have a low tolerance for castration, incest, gang rape, and rocks being used for autoerotic stimulation, you probably shouldn’t see it. But as with all movies, particularly Kim’s, it’s largely the how and not the what that matters: Moebius is so gracefully made–and in places so very funny–that at times I couldn’t believe what I was seeing

(The Village Voice)

Well, happier is probably the wrong word, but Kim treats his bloody and provocative taboo breaking with a much lighter touch this time around, and the result, while still deeply flawed, is mostly a sly dark comedy that doubles as a very impressive display of wordless storytelling.
Even by Kim’s standards, it’s ugly, extreme stuff, and you probably know from the details above whether it’s for you or not. The crucial difference is that it’s so extreme that for the most part, it crosses over and becomes blackly hilarious rather than horrifying

(Venice Review)

Korean director Kim Ki-duk is no stranger to dark stories of estranged families led to vicious acts of violence, but “Moebius” still manages to freshen up those expectations.
The sheer bravado of Kim’s willingness to carry the drama through brutish physical incursions creates a gripping form of suspense. As with last year’s incest drama “Pietá” (which won the Golden Lion at Venice), Kim magnifies the potency of family tensions by forcing them into radical, anarchic encounters.
(Indiewire)

It takes an equal balance of guts and insanity simply to launch a movie like this, so kudos to Ki-duk for doing so. As for the audiences who will be sucking it up through their eyeholes…well, you’ll never forget what you see here.
Somehow despite it all, the film is compulsively watchable. Kim Ki-duk certainly knows his way around a camera, possessing undeniable skill in manipulating audiences even if it’s to the point of provocation.
It’s hard to think of a more disturbing project made in recent memory and is probably something best consumed alone.

(TIFF Movie Review)

0

Begin met typen en druk op enter om te zoeken