‘Vanaf het moment dat ik begon met het maken van films, heb ik altijd een film willen realiseren over de Holocaust van de Roma. Pas toen ik op het tragische verhaal van een zigeuner stuitte, opgetekend naar de getuigenis van historicus Jacques Sigot, begon ik met het schrijven van het script. Tijdens de internering van deze zigeuner in Montreuil-Bellay, lukte het de man om vrij te komen, nadat hij door bemiddeling van een notaris in het bezit kwam van een klein huis. Al snel bekroop hem de angst tussen die vier muren zijn vrijheid voorgoed prijs te moeten geven, waardoor hij opnieuw op weg ging, nu terug naar zijn geboorteland België, in de veronderstelling dat het daar wellicht beter zou zijn. Nog in het noorden van Frankrijk werd hij gearresteerd en samen met het hem omringende gezelschap gedeporteerd naar Polen.

Voor mij is het belangrijk dat iedereen die geen weet heeft van de massale deportaties van de zigeuners in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog, zich hiervan bewust wordt. Dat iedereen ervaart hoe wetten tijdens het Duitsland-gezinde Vichy-regime in Frankrijk in die jaren werden aangepast, opdat zigeuners en andere nomaden regelrecht in de vernietigingskampen konden verdwijnen.’
Tony Gatlif
1943. Een zigeunerfamilie strijkt gewoontegetrouw voor een paar maanden in een Frans dorp neer, om tijdens de druivenpluk wat te kunnen verdienen en anderszins de bevolking hun diensten te verlenen. ‘De zigeuners zijn er weer!’ schalt dan ook al snel een schelle kinderstem door het dorp, wanneer zij met paard en wagen langs de eerste huizen trekken. Frankrijk is op dat moment diep in de Tweede Wereldoorlog verwikkeld. Verstoken van ieder nieuws door hun nomadische levenswijze, zou een willekeurige oorlog gewoon langs hun heen kunnen glijden, zonder dat ze het op zouden merken. Zo arm als ze zijn leven ze al nauwelijks van meer dan de wind, waardoor oorlogsschaarste hen niet meteen zal vellen. En als zij met de eerste tekenen worden geconfronteerd, vertellen zij elkaar nog laconiek het verhaal van hun voorouders, die op een dag ook oog in oog met een oorlog stonden: ‘Die trokken zich gewoon voor heel lange tijd terug in een bos, en toen ze er weer uitkwamen was de oorlog voorbij.’

Maar deze oorlog is anders en treft de zigeuners direct. Zij het dan mondjesmaat, en nu pas, in 1943, nu zich in dit dorp een eerste rimpeling in de wederzijdse verstandhouding aandient: als zij aan de hun voorheen welgezinde Pierre Pentecote van het dorp vragen of zij in het plaatselijk danslokaal dat hij uitbaat hun muziek weer ten gehore mogen brengen, deelt Pentecote hun laatdunkend mee dat de tijden zijn veranderd en dat de mensen nu walsen willen horen. Pentecote is een van die vele Fransen die in navolging van het Vichy-regime in Frankrijk openlijk de kant van de Duitse bezetter koos. Maar de tweede natuur van een zigeuner kenmerkt zich vooral door rasoptimisme en een hartstochtelijke, vrolijke inborst, waarin muziek de bepalende factor is. Aan de afwijzing van Pentecote en zijn politiegevolg laten zij zich niet veel gelegen liggen: willen de mensen hun muziek niet horen, dan maar met de viool het kippenhok in, om de kippen weer aan de leg te krijgen.

Ondanks de toenemende hatelijkheden onder een deel van de bevolking, hebben de zigeuners zich al weer aardig geïnstalleerd in het dorp en hebben zij hun eigen besognes. Tijdens hun tocht naar het dorp heeft zich het verstekelingetje P’tit Claude bij hun gevoegd. Op elke mogelijke wijze proberen ze deze ‘gadjo’ kwijt te raken, omdat de zigeunerfamilie problemen voorziet waar ze hem niet in willen betrekken. Claude vindt onderdak bij de sympathieke dierenarts en burgemeester van het dorp, Theodore, maar grijpt elke gelegenheid aan om zich weer bij het volk van vrijbuiters te voegen. De sfeer wordt grimmiger, en als een nieuw aangenomen wet door het Vichy-bewind het de zigeuners nog langer verbiedt om als nomaden door het land te trekken, valt voor hun het doek. Gelukkig zijn er mensen die zich het lot van de zigeunerfamilie aantrekken, en die zich met gevaar voor eigen leven laten leiden door een diepgeworteld gevoel voor rechtvaardigheid en respect voor elke medemens: ‘les Justes’. Gatlif vertelt met Liberté ook hun verhaal, en Gatlif zou Gatlif niet zijn als hij deze gitzwarte, nog weinig gelezen bladzijde uit de geschiedenis over de zigeunerdeportaties in Frankrijk niet op de hem kenmerkende wijze, wervelend, met aanstekelijke slapstick door een weergaloos acterende James Thiérrée, en met veel fijne muziek zou vertellen. En ja, ontroerend is Liberté ook.

Vanaf 9 september 2010 is LIBERTÉ te zien in de filmtheaters.

Credits

Regisseur:

Over de regisseur:

Tony Gatlif (Algiers, 1948) bracht zijn jeugd door in Algerije. Begin jaren zestig ontvlucht hij het land om zich in Frankrijk te vestigen. Gatlif acteert voor toneel en televisie en begint al snel met het schrijven van scenario’s. In 1983 breekt Gatlif internationaal door met Les Princes, een rauw portret van zigeuners in een buitenwijk van Parijs. Sindsdien maakt hij met veel schwung en in nietsontziend tempo intense films over de zigeunerwereld waarin muziek de grote motor is. Met een onuitputteljk enthousiasme tracht hij steeds weer de zigeunercultuur in al haar facetten aan het publiek te tonen, en haar te behoeden voor een dreigende verdwijning. Met al zijn vorige films lijkt hij de weg te hebben geplaveid om op zijn onvergelijkbare wijze het vergeten verhaal uit de geschiedenis, dat van de zigeunerdeportaties tijdens WO II wereldkundig te maken. Gatlif toont zich hierin als de eigengereide cineast, die op aanstekelijke wijze het leed, maar ook de dynamiek en de overlevingsdrang van het bij vlagen licht-geschifte volk verbeeldt. Het is zijn kracht en verdienste met visueel verbluffende en muzikaal meeslepende films als Latcho Drom, Gadjo Dilo, Exils, Vengo en TranSylvania, en nu dan ook liberté, dat zich de historie van een weerbarstig en bovenal authentiek volk langzamerhand in ons collectieve geheugen aan het nestelen is.

LIBERTÉ LIBERTÉ LIBERTÉ LIBERTÉ LIBERTÉ LIBERTÉ LIBERTÉ LIBERTÉ

De pers over LIBERTÉ

Liberté is perhaps Tony Gatlif’s best film. (L’Humanité)

‘A magnificent paean to the mad ecstasy of freedom with a wholly original take on imprisonment… the helmer’s most gut-wrenching feature and his most accessible opus since Latcho Drom and Gadjo Dilo.’
(‘The film which generated the most buzz at the fest.’) (Variety on WFF Montreal)

‘Sensitive, moving, sincere, tough – Gatlif’s latest is an exceptional film. A jewel of truth.’ (La Nouvelle République du Centre-Ouest)

‘From the very beginning, we are swept away into the poetic universe of a filmmaker who for many years has focused on the life of gypsies and the cause they defend. Treated without sentimentality, the strength of its subject makes it a vibrant, powerful film with a universal message.’ (Rolling Stone)

‘With Liberté, Tony Gatlif brilliantly succeeds in ‘opening the strings of time’ to highlight an often-neglected page of history.’ (Le Figaro Magazine)

‘A vibrant hymn to gypsy culture, brilliantly incarnated with the mind-blowing burlesque grace of actor James Thiérrée.’ (Télé 7 Jours)

‘A warmhearted approach, humanistic vision and raw emaotion: the formula remains as engaging as it is effective.’ (Marie France)

0

Begin met typen en druk op enter om te zoeken